| . |
|
|

. |
|
| Tussen
1928 en 1970, groeit het huis uit tot een mondain en intellectueel
"salon" in de betekenis van de "salons" uit
de 18de eeuw. De internationale elite was geregeld te gas in de
Art Deco eetkamer van de bankier. Daar dineerden Dufy, Prévert,
Lalique, Diaghilev, Eric Satie, Magritte, Chanel, Ben Gourion en
zoveel andere personaliteiten van de intelligentsia van die periode.
De oorlog in 1940 betekende een breuk. Als jood voelde de bankier
zich gedwongen tot vijf jaar verbanning in de V.S. Daar verzamelde
hij aanzienlijke geldsommen ten voordele van de joodse slachtoffers
in Europa. In 1945 vonden de echtgenoten hun huis, dat de Duitsers
hadden betrokken, ongeschonden terug. David van Buuren overleed
in 1955, nadat hij de ultieme vreugde had gekend een schilderij
van P. Bruegel de Oude te hebben kunnen aankopen. |
|
    |
  |
. |